Autisme Diagnose
Een diagnose stellen bij kinderen en volwassenen kan alleen gedaan worden door een bevoegde arts, psycholoog of psychiator!
Volwassenen en kinderen bij wie autisme wordt vermoed, komen via een verwijzing van de huisarts, een medisch specialist, Bureau Jeugdzorg of een instelling voor geestelijke gezondheidszorg terecht.
Daar worden onderzoeken gedaan, meestal wordt er ook een lichamelijk onderzoek gedaan om eventuele andere ziektes of stoornissen uit te sluiten.
Diagnose op basis van gedrag
Gedragsobservaties blijven voorlopig de algemeen aanvaarde basis voor het stellen van een diagnose van autisme. Dit kan al op jonge leeftijd. Daarbij kijkt de deskundige vooral naar de (sociale) ontwikkelingsgeschiedenis, de medische voorgeschiedenis, taalontwikkeling, stereotiep gedrag/interesses/handelingen, cognitief functioneren, neuropsychologische gezondheid, motorische vaardigheden, zelfredzaamheid, en psychisch en sociaal-emotioneel functioneren.
Hoewel diagnostische instrumenten zoals gedragsvragenlijsten en observatieschalen de betrouwbaarheid verhogen, blijft de juiste diagnose sterk afhankelijk van de klinische ervaring en de intuïtie van de diagnosticus in het herkennen van een bepaald gedragspatroon. Met andere woorden, er is nog steeds een aanzienlijk subjectief element in de diagnostiek.
Daarnaast wordt de ontwikkelingsgeschiedenis van de persoon in kaart gebracht in een gesprek met hem en zijn nabije omgeving (partner, ouders, vertrouwenspersoon). Door observatie in de vertrouwde omgeving en/of in een ander milieu en een psychiatrisch onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Andere mogelijke onderzoeken zijn een neurologisch onderzoek, een psychologisch onderzoek van de cognitieve mogelijkheden, en het opmaken van een psychologisch educatief profiel (PEP). Het is belangrijk naar de volledige triade van stoornissen te kijken, en zich niet te beperken tot een deel ervan, zoals de communicatie of stereotiep gedrag.
Bron: Wikipedia Autisme

